Schilderijen en passie

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zeggen ze.
Het is een plastische manier om uit te drukken dat sommige dingen
zich niet laten tegenhouden.Dat iets moet en zal zijn,
alle hindernissen ten spijt.
Zo kan je het ook stellen: wat je zeer graag wil, zal je vroeg
of laat ook gaan doen. Omdat je anders dood gaat vanbinnen.

Wie of wat roept bij een mens het verlangen op om te creëren?
Een loze vraag wellicht, want er is nooit een sluitend antwoord.
Als kind zag Hilde Troch haar vader schilderen.
Ze vond het mooi wat hij maakte, en vooral:
ze zag het plezier dat het schilderen hem gaf.
Misschien werkte dit aanstekelijk; misschien werd hier het zaadje geplant.
Hildes verlangen was gewekt.
Onmiddellijk na haar studies ging ze cursussen beeldende kunst volgen.
Aan de Kunstacademie Wetteren en later tijdens de avondopleiding
in de Sint-Lucasacademie in Gent experimenteerde ze met zeefdruk
en met aqaurel, maar deze materie lag haar niet.
Schilderen schrok haar om een of andere duistere reden af.
Het vergt moed om te kiezen voor wat je echt verlangt.
Schrik, twijfels, ontsnappingsroutes
in de vorm van andere vrijetijdsbestedingen:
het hoort allemaal bij het verhaal van ieder die artistieke arbeid verricht.
Bovendien is er het leven dat geleefd moet worden:
een echtgenoot, een voltijdse job en een dochter.
Niettemin blijft Hilde’s verlangen bestaan, sluimerend, zoekend,
zich manifesterend in pogingen om mooie dingen te maken,
al was het louter om haar eigen huis aan te kleden.
Via de Kreazolder in Sint-Lievens-Houtem leert Hilde de kunstschilder
en restaurator Patrick Meulenijzer kennen.
Hij geeft er les in het schildersatelier.
Deze ontmoeting betekent een kentering.
Gedurende acht jaar werkt Hilde onder zijn impuls,
voert ze zijn opdrachten uit,worstelt met het materiaal
dat ze wil beheersen. Ze ontdekt dat ze geleidelijk zelfstandiger wordt,
dat ze er steeds meer plezier in schept om bezig te zijn met penselen,
doek, verf, organisch materiaal.
Er volgt een soort van bevrijding, waardoor haar talent zich kan ontplooien.
Na een periode waarin ze met felle kleuren experimenteert gaat ze
‘back to basics’. Ze ontwikkelt een voorliefde voor wit en aardetinten;
met de schakeringen van deze kleuren maakt ze sprekende composities.
Dit kleurenpalet combineert ze met organisch materiaal tot geladen collages,
waarbij het abstracte primeert op het figuratieve. Deze abstractie is niet
gespeend van emotie, wel in tegendeel:
Hildes schilderijen zijn innerlijke landschappen waarin je als kijker lang kan dwalen.

Voorjaar 2012 wint Hilde in de voorronde van de internationale
schilderswedstrijd Royaltalen(t)s de tweede prijs met een werk
dat ze maakte rond het opgelegde thema ‘kleur’.
Het thema voor deze wedstrijdeditie werd gevonden in een citaat van
Vincent Van Gogh :
‘One can speak poetry just by arranging colours well’.
Dit werk werd, samen met de schilderijen van de andere laureaten,
tentoongesteld tijdens de slotexpositie in Lier.
De jury prees Hildes gevoeligheid voor materie, haar zin voor avontuur
en haar talent om een specifieke sfeer te creëren.
De prijs gaf Hilde een duwtje in de rug. De eerste stap is gezet;
de schroom om naar buiten te komen moet nog worden overwonnen.
Een vernissage: daar droomt ze voorlopig alleen van.
U kan hier alvast kennis maken met haar werk, u kan zien hoe het evolueert.

Want ze zal blijven schilderen. Dit is iets dat nooit stopt.

Mieke Versyp (Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2008)
Google+